Smart cities, stupid citizens?

18-06-2020 • Geplaatst in Nieuwsbrief door Renk Ruijter

Tijdens de coronacrisis gaat het technologisch optimisme hand in hand met zorgen over onze privacy en andere grondrechten. Slimme steden moeten zich bij alle optimisme óók de vraag stellen: wat zijn de effecten van digitale technologie op onze inwoners? ‘Het is allerminst zeker dat die er beter van worden.’

Dat stelt Paul Strijp in een essay in Binnenlands Bestuur. Behalve verdriet heeft de coronacrisis ook gezorgd voor een ongekend optimisme over de mogelijkheden van digitale technologie. De opdracht werd gegeven tot een traceer-app, Google en Apple werken aan een app om gebruikers van smartphones te waarschuwen bij contact met een besmet persoon. En burgers zelf kunnen meedoen aan een game om een eiwit te bedenken tegen het virus.

Privacy en méér
Het tegengeluid was direct hoorbaar. Vooral de traceerapp van het kabinet moest het ontgelden. Met de app waren niet alleen de privacy maar ook andere fundamentele rechten en vrijheden aan de orde. De vrijheid van vereniging, het recht op veiligheid, het recht op gezondheid en het recht op non-discriminatie bijvoorbeeld. 

In dit spanningsveld tussen mogelijkheden en risico’s zal onze samenleving haar weg moeten vinden. Eén ding is zeker: bij veel oplossingen zal digitale technologie een rol gaan spelen. In dat licht is de oproep van Co Verdaas, hoogleraar gebiedsontwikkeling, verstandig. Zijn vraag: wat moet de nieuwe standaard worden voor digitale technologie in nieuw te bouwen woningen en steden? In essentie agendeert Verdaas daarmee de toekomst van smart cities.

Commandocentrum
Een smart city gebruikt data en technologieën zoals het internet of things om de stad te besturen. Globaal zijn er twee stromingen. Aan de ene kant de centraal geleide slimme steden. Zoals Singapore, Songdo en Masdar. Deze zien de stad als een grondgebied dat vanuit één commandocentrum bestuurd kan worden. Aan de andere kant staan steden die het samenspel met bedrijfsleven en burgers juist voorop stellen. Partijen zetten data en technologie in om opgaven zoals energietransitie, klimaatbestendigheid, gezondheid, mobiliteit en circulariteit verder te brengen. Nederlandse steden werken van oudsher in deze traditie.

Maar ook in Nederland is de centraal geleide stroming actief. Met hun kaarten-, taxi- en accommodatiediensten hebben tech-giganten als Google, Uber en Airbnb het stedelijke domein overhoop gegooid. En dat zullen ze blijven doen, reken maar. In de toekomst mogelijk ook met aanvullende diensten zoals zelfrijdende auto’s. Daarmee dragen deze bedrijven sterk bij aan de slimheid van steden. Steden zelf scharen deze giganten liever niet onder de noemer ‘smart cities’. Dat zal te maken hebben met de stroeve relatie. Partijen ontmoeten elkaar nogal eens in de rechtszaal. In die zin vormen de tech-bedrijven de ongemakkelijke smart cities.

Verminderd denkvermogen
Terug naar de vraag van Verdaas. Wat moet de standaard worden voor digitale technologie in woningen en steden? De huidige dominante principes voor de introductie zijn optimalisatie, slimheid, internationale concurrentie, flexibiliteit en doelmatigheid van processen. En burgers moeten vooral snelheid, gemak en comfort worden geboden.

‘Volgens Max Welling, expert op het terrein van kunstmatige intelligentie, vormen smart cities een voedingsbodem voor een maatschappij zonder privacy’, zo benadrukt Strijp. Om vervolgens Robbert Dijkgraaf, hoogleraar in Princeton, aan te halen die stelt dat het schenden van privacy het primaire businessmodel van tech-bedrijven is. ‘Deze verkopen ongevraagd persoonlijke informatie op grote schaal door aan allerhande fondsen. Hij voorspelt dat de volgende crisis draait om datamisbruik.’

Dat is volgens Strijp een relevant gegeven voor slimme steden, en dan vooral met het oog op de ongemakkelijke slimme steden. ‘Want laten we eerlijk zijn. Welke wethouder kan de verleiding weerstaan als Google zich ooit meldt met plannen voor een nieuwe woonwijk of zelfrijdende auto’s?’

Economische waarde
Volgens onderzoek van het WODC is het Nederlands recht evenmin niet ingericht om de verzameling, analyse en het gebruik van niet-persoonsgebonden data te beschermen. ‘Hoewel inwoners deze data vaak genereren kan het bedrijfsleven er zo mee vandoor gaan. Aantrekkelijk, want die data vertegenwoordigt economische waarde’, aldus Strijp.

Het merendeel van de gemeenten vertoont volgens hem weinig risicobewustzijn. ‘Lees de talloze ronkende verhalen over smart cities. En zolang gemeenten onwetend zijn, blijven ook inwoners dom. Zij worden niet gestimuleerd om data verantwoord te delen of te verkopen. Zou het niet interessant zijn als gemeenten, burgers en bedrijven standaard een level playing field met elkaar creëren om over die data te onderhandelen?’

Beetje dommer
De ontwikkeling van smart cities verloopt in zijn ogen geleidelijk en ongemerkt, zonder de noodzakelijke checks and balances. Niettemin is de impact van slimme steden op inwoners enorm. ‘Kort en goed is de kernvraag wat steden gaan ondernemen om te voorkomen dat hun inwoners in slaap sussen en een beetje dommer worden. Standaarden hiervoor zijn reeds voorhanden. Met de principes van de VNG maar ook met bijvoorbeeld de handvatten van Anita Nijboer van bureau Kennedy Van der Laan. Zij toont gemeenten hoe zij plannen voor smart cities kunnen borgen in een verordening, omgevingsplan of overeenkomst. En deze zomer komt de Autoriteit Persoonsgegevens met een onderzoek naar de waarborg van privacy in smart cities.’

Lees het volledige essay in Binnenlands Bestuur nr. 12 van deze week (gratis inlog)

Bron: BinnenlandsBestuur Digitaal

Nieuwsbrieven

Nieuwsbrieven

Sociale Media

LinkedIn: VIAG

Twitter: @ViagEvents

RSS: Nieuwsfeed VIAG

Nieuwsfeeds Overig